Veelgestelde vragen

Waar staat LKK voor?

De afkorting LKK staat voor Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang.

 

Wat doet LKK?

Kwaliteit van kinderopvang is van groot belang voor het welbevinden en ontwikkeling van kinderen. Jaarlijks voert het consortium LKK, bestaande uit de Universiteit Utrecht en Sardes, voor het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een kwaliteitsmeting uit in alle vormen kinderopvang: kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang, gastoudersopvang.

 

Hoe draagt een meting bij aan de kwaliteit van de kinderopvang?

De meting (Kwaliteitsmonitor) brengt in beeld wat de kwaliteit van de kinderopvang is. Er worden veel verschillende aspecten van kwaliteit belicht, zoals de kwaliteit van interacties in de groep, maar ook het aanbod van professionalisering in de organisatie. Het regelmatig meten van kwaliteit vergroot het inzicht in hoe kwaliteit zich ontwikkelt in de tijd en welke rol veranderingen in beleid (zoals IKK) hierin spelen. Resultaten van de metingen kunnen zo bijdragen aan een verdere verbetering van de kwaliteit en het landelijk beleid hierin.

 

Hoe gaat LKK te werk?

Via een steekproeftrekking uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) worden jaarlijks deelnemers van opvanglocaties geselecteerd. Bent u geselecteerd? Dan nemen wij contact met u op en na toezegging zal er een dagdeel gepland worden om observaties op locatie te verrichten.

 

Wat levert deelname mij als opvanglocatie op?

Meedoen aan LKK is in het belang van de hele kinderopvangsector! Zo ontstaat namelijk een goed beeld van de kwaliteit in de kinderopvangsector. Daarnaast levert het u als locatie ook wat op. Nadat kwaliteitsmetingen hebben plaatsgevonden ontvangt u een korte terugkoppeling waarin enkele tips en tops worden gedeeld. Zo kunt u zien waar uw locatie al goed op scoort en welke punten verder verbeterd kunnen worden. Dit kan bijdragen aan de eigen kwaliteitsmonitoring.

  

Zijn de resultaten van LKK representatief voor de Nederlandse kinderopvang?

Zowel locaties van lagere als hogere kwaliteit hebben in 2017-2019 deelgenomen aan LKK. Landelijk voldoet zo’n 57% van alle instellingen aan alle kwaliteitseisen van de GGD-inspectie en krijgt daarmee ‘code groen’. In de LKK-steekproef is het percentage aan deelnemende ‘code groen’ instellingen vergelijkbaar, maar iets lager: 51%. Het aandeel aan instellingen dat landelijk ‘code rood’ krijgt – waar de inspectie zich ernstig zorgen over maakt en verscherpt toezicht op houdt – is 4%. In de LKK-steekproef is dit percentage vergelijkbaar, maar iets hoger: 8%. Deze vergelijking laat zien dat de instellingen die aan LKK deelnemen, representatief zijn voor de kinderopvangsector en een realistisch beeld van de kwaliteit schetsen.

 

Hoeveel locaties nemen er deel aan LKK? En hoe verhoudt dit zich tot eerder onderzoek in de kinderopvang?

De kwaliteit van de kinderopvang wordt al sinds 1995 gemeten in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de jaren 1995, 2001, 2005, 2008 en 2012 werd er een kwaliteitsmeting verricht. Met kleine steekproeven, van steeds wisselende organisaties en opvanggroepen (respectievelijk 43, 51, 42 groepen bij de eerste drie metingen en 50 groepen in 2012). In 2008 is er eenmalig een steekproef van 200 groepen genomen. Vanaf 2017 wordt de kwaliteit jaarlijks gemeten in steekproeven van 32 locaties per opvangsoort, behalve de gastouderopvang waar grotere aantallen zijn meegenomen. Om de betrouwbaarheid van de gegevens te verhogen en de conclusies te versterken, worden de jaarlijkse metingen gecombineerd in periodes. Zoals voor de periode 2017-2019. Zo is er voor die periode een steekproef van ongeveer 96 locaties per opvangsoort (in totaal 287 groepen). 

 

Welke instrumenten gebruikt LKK om de kwaliteit te meten? 

LKK gebruikt dezelfde instrumenten om kwaliteit te meten als in eerder onderzoek, zoals de ITERS/ECERS-R om de globale kwaliteit te meten en de NCKO-schalen voor de interactievaardigheden van medewerkers. Zo kunnen veranderingen in de kwaliteit over de tijd goed kunnen worden gevolgd. Verder worden er ook andere internationaal veelgebruikte instrumenten toegepast, zoals de CLASS, om kwaliteit te meten waardoor er ook een internationale vergelijking mogelijk is. De leeftijdsspecifieke versies van de CLASS geven een goed beeld van de interacties voor zowel de emotionele kwaliteit, zoals de sensitiviteit en de mate van kindgerichtheid en autonomiebevordering, als de educatieve kwaliteit, bijvoorbeeld de ondersteuning van exploratie en de stimulering van de cognitieve en taalontwikkeling van kinderen. Daarnaast zijn er vragenlijsten voor pedagogisch medewerkers en managers die meer inzicht geven in medewerker-, groeps- en organisatiekenmerken en het aanbod van spel en activiteiten in de groep.

 

Hoe gaan jullie om met de privacy van de deelnemende locaties?

De verzamelde gegevens worden door ons strikt vertrouwelijk behandeld en geheel anoniem gebruikt. Wij houden ons aan de beroepscode voor wetenschappelijk onderzoek en volgen de richtlijnen van de Europese Unie voor de opslag en bescherming van privacygevoelige gegevens.  

 

Wat gebeurt er vervolgens met de gegevens?

De verzamelde gegevens van de kwaliteitsmetingen van alle deelnemende locaties geven een beeld van de landelijke kwaliteit in de kinderopvang en de ontwikkelingen hierin. De geanonimiseerde gegevens worden gedurende 10 jaar op een beveiligde locatie van de Universiteit Utrecht bewaard conform de richtlijnen van de Europese Unie en de Universiteit Utrecht.

 

Heeft u een andere vraag? 

Dan beantwoorden we die graag. Neem gerust contact met ons op.