Vanaf 2017 is de kwaliteit in de kinderdagopvang in kaart gebracht. Bij de metingen is rekening gehouden met de verschillende groepsvormen – horizontaal en verticaal – en leeftijdsfasen. Daarnaast is er in persoonlijke interviews met pedagogisch medewerkers gevraagd naar het aanbod van activiteiten, het pedagogische klimaat in de groep, de achtergrondkenmerken en werkbeleving van de pedagogisch medewerkers, de structurele kenmerken van de groepen en het pedagogische beleid.

De kwaliteitsmeting

Op basis van een steekproeftrekking bezoeken we dit jaar rondom 400 kinderopvanglocaties. Om goed zicht te krijgen op de kwaliteit van deze locaties, maken we gebruik van wetenschappelijk gevalideerde observatie-instrumenten, vragenlijsten, interviewleidraden en videomateriaal. In het onderzoek kijken we naar professionalisering, groepsprocessen, diversiteit en naar het welbevinden en de betrokkenheid van de (individuele) kinderen. Hoe draagt een meting bij aan de kwaliteit van de kinderopvang? De meting brengt in beeld wat de kwaliteit van de kinderopvang is. Er worden veel verschillende onderdelen van kwaliteit onderzocht, zoals de kwaliteit van interacties tussen pedagogisch professionals en kinderen in de groep, maar ook het aanbod van professionalisering in de organisatie. Het regelmatig meten van kwaliteit zorgt ervoor dat we meer begrijpen over hoe kwaliteit zich ontwikkelt in de tijd en welke rol veranderingen in beleid (zoals IKK) hierin spelen. Resultaten van de metingen kunnen zo bijdragen aan een verdere verbetering van de kwaliteit en het landelijk beleid hierin. Daarbij betrekken we een klankbordgroep waarmee we de resultaten duiden en omzetten in aanbevelingen voor de sector. Wilt u meer informatie over de meting? We verwijzen u graag door naar veelgestelde vragen

Ervaringen met LKK van een bso