Onze Belgische collega’s De Vlieghere (tevens lid van de wetenschappelijke adviescommissie van LKK2.0), Van Lombergen en Vandenbroeck hebben interessant onderzoek gedaan naar waarom coaching in de praktijk van voorschoolse voorzieningen wel of niet werkt. Ze noemen dit het “openen van de black box”. We weten zeker nog niet alles over coaching, maar de auteurs wijzen 3 richtingen aan.
Conclusie 1: Coaching heeft een helder pedagogisch kader nodig
Coaching is veel effectiever wanneer voor iedereen duidelijk is:
- wat de opdracht van de coach is;
- hoe de coach zich verhoudt tot leidinggevenden;
- hoe coaching zich onderscheidt van controle, beoordeling of management.
Oftewel: onduidelijkheid voer rollen vermindert de impact van coaching
Conclusie 2: De relatie is belangrijker dan de techniek
Effectieve coaches bouwen aan een horizontale relatie. Dat betekent:
- aansluiten bij de expertise van pedagogisch professionals;
- samen onderzoeken;
- waardering tonen;
- niet optreden als expert die vertelt hoe het moet.
Kortom: pedagogisch professionals leren meer wanneer zij zich serieus genomen voelen dan wanneer zij worden beoordeeld.
Conclusie 3: Coaching is geen individuele interventie maar een organisatievraagstuk
Een coach kan weinig bereiken wanneer:
- er onvoldoende tijd beschikbaar is;
- leidinggevenden een andere boodschap uitdragen;
- coaching losstaat van het pedagogisch beleid;
- reflectie geen onderdeel is van de organisatiecultuur.
Met andere woorden: coaching werkt pas echt wanneer de hele organisatie een lerende cultuur ondersteunt