Kwaliteit in de buitenschoolse opvang

In 2017 is de kwaliteit van de buitenschoolseopvang in kaart gebracht. Er is gebruik gemaakt van observatie-instrumenten die een oordeel geven over de kwaliteit van de opvang. Daarnaast is er in persoonlijke interviews met pedagogisch medewerkers gevraagd naar het aanbod van activiteiten en het pedagogische klimaat in de groep. En is er gevraagd naar de achtergrond van de pedagogisch medewerkers, de werkbeleving, de structurele en stabiele kenmerken van de groep en het pedagogisch beleid.

De resultaten

De resultaten van de observaties laten zien dat de proceskwaliteit varieert afhankelijk van welk aspect bekeken wordt. De emotionele proceskwaliteit is middelmatig tot goed, maar de educatieve proceskwaliteit is laag. Er is een basis activiteitenaanbod dat ervoor zorgt dat kinderen zich kunnen vermaken, maar het aanbod lijkt veelal gericht op spel (binnen en buiten) en minder gericht op verschillende andere domeinen, zoals muziek, dans, natuur en techniek. De educatieve proceskwaliteit is beduidend hoger tijdens gerichte activiteiten en creatieve activiteiten, vergeleken met vrij spel en eet- en drinkmomenten. Maar dit type georganiseerde activiteiten is relatief weinig geobserveerd tijdens de bezoeken (ca 25%). Eet- en drinkmomenten nemen de meeste tijd in beslag.

Hoewel het welbevinden van kinderen over het algemeen goed is, is er gemiddeld genomen een lagere mate van betrokkenheid. De betrokkenheid van kinderen en de speel- werkhouding van kinderen was tijdens vrij spel en gerichte (creatieve) activiteiten hoger dan tijdens het eten en drinken. In de buitenschoolse opvang is de kwaliteit van de interacties tussen kinderen onderling gemiddeld genomen hoger dan de interacties die kinderen met pedagogisch medewerkers hebben en hierin zien we duidelijke verschillen tussen activiteiten. Vrij spel vindt vooral tussen kinderen onderling plaats en bij activiteiten zien we een duidelijkere rol van de pedagogisch medewerkers.

Tijdens interviews met de pedagogisch medewerkers kwam naar voren dat zij een (zeer) positieve band ervaren met de kinderen. Er is aandacht voor samen- en fantasiespel en bevordering van zelfregulatie. Nog niet voor alle ontwikkelingsgebieden is evenveel aandacht is. Zo wordt er wel veel aandacht besteed aan spel zowel binnen als buiten, maar is er minder nadruk op creatieve en musische activiteiten of activiteiten op de gebieden taal, ontluikend rekenen, wetenschap en techniek, en burgerschapsvorming. De medewerkers zijn over het algemeen tevreden met hun werk en de omstandigheden waaronder ze werken, zoals het organisatieklimaat en de betrokkenheid bij de organisatie.