Kinderdagopvang

In 2017 is de kwaliteit in de kinderdagopvang in kaart gebracht. Bij de meting is rekening gehouden met de verschillende groepsvormen - horizontaal en verticaal - en leeftijdsfasen. Daarnaast is er in persoonlijke interviews met pedagogisch medewerkers gevraagd naar het aanbod van activiteiten, het pedagogische klimaat in de groep, de achtergrondkenmerken en werkbeleving van de pedagogisch medewerkers, de structurele kenmerken van de groepen en het pedagogische beleid.

De resultaten

De resultaten van de observaties laten zien dat de proceskwaliteit op emotioneel vlak goed en op educatief vlak laag tot middelmatig is. Het lijkt erop dat vooral met betrekking tot de educatieve kwaliteit - zoals het activiteitenaanbod en de kwaliteit van taal en interacties in algemene zin - er een (lichte) vooruitgang is. Een punt van aandacht is wel dat de kwaliteit voor peuters hoger is dan voor baby’s (vooral voor verticale groepen).

Over het geheel genomen is de gemiddelde mate van welbevinden hoog en de gemiddelde betrokkenheid matig. Dit betekent dat de kinderen over het algemeen tevreden zijn, maar dat het aanbod van spel en activiteiten niet altijd een beroep doet op een actieve betrokkenheid van kinderen. Verder blijken peuters vooral interacties te hebben met de pedagogisch medewerkers en in mindere mate met andere kinderen. Kinderen vertonen gemiddeld genomen een hoge mate van zelfregulatie en gewenst gedrag in de groep en hun speelwerkhouding is te karakteriseren als gemiddeld. Overigens bleek een groot deel van de tijd besteed te worden aan eten en drinken, vooral in de verticale groepen.

Tijdens de interviews met de pedagogisch medewerkers kwam naar voren dat zij positieve relaties ervaren met de kinderen. Er lijkt iets minder aandacht te zijn voor het bevorderen van fantasiespel en zelfregulatie van kinderen. Pm'ers gaven aan dat er in het activiteitenaanbod nog niet voor alle ontwikkelingsgebieden evenveel aandacht is. Zo wordt er wel veel aandacht besteed aan exploratie en motorische activiteiten, samenspel en taal, maar is er beduidend minder aandacht voor creatieve en musische activiteiten, ontluikend rekenen, wetenschap en techniek, en burgerschapsvorming. De medewerkers zijn over het algemeen tevreden met hun werk en de omstandigheden waaronder ze werken.